Mei 09

Doelmatigheid in de wijkverpleging: meten = niet weten!

Edwin Kalbfleisch

Financieel adviseur

Om inzicht te krijgen in de doelmatigheid van de wijkverpleging, en daarmee in het tarief van de wijkverpleging, zijn de verzekeraars begonnen met het ontwikkelen van een zorgkostenmodel. De declaratiegegevens zijn de basis voor de data. Hierbij wordt gekeken naar de gemiddelde zorgkosten per klant, de zorgduur in weken en het gemiddeld aantal uren per week. Deze data wordt gecorrigeerd op onder andere leeftijd, geslacht, sociaaleconomische status, aandoeningen en zorgduur. Op basis hiervan wordt de zorgaanbieder in een klasse ingedeeld die het tarief bepaalt, afgeleid als percentage van het maximumtarief van het NZa.
Dat zorgverzekeraars namens hun verzekerden onderhandelen over de prijzen van wijkverpleging is logisch. Het is echter de vraag of de ontwikkeling van indeling van het huidige zorgkostenmodel in klassen het gewenste resultaat oplevert. Naast het substantiële verschil tussen de hoogste en de laagste klasse, waardoor aanbieders van wijkverpleging omvallen, levert de indeling in klassen een ‘onbehaaglijk gevoel’ op omdat transparantie ontbreekt. Ten eerste omdat je niet weet welke correcties er exact op de data zijn uitgevoerd. Door het ontbreken van het effect van elke correctie op de data is het, als zorgaanbieder, lastig om zelf te monitoren welk tarief je uiteindelijk van de zorgverzekeraar krijgt voor de wijkverpleging die je levert. Ten tweede weet je niet welke zorgaanbieder een hoger tarief heeft ontvangen. Naast het ‘onbehaaglijk gevoel’ van de onwetendheid welke zorgaanbieder dit is en op basis van welke prestaties die tarieven zijn berekend kun je ook niet ‘leren’ van die zorgaanbieder die doelmatig heeft gewerkt als je niet weet wie het is.
Naast het ontbreken van transparantie ontstaat er spanning tussen de autonomie en het professioneel handelen van de wijkverpleegkundige die de indicatie levert. De wijkverpleegkundige kan (en moet) zelfstandig beslissen wat voor de cliënt het beste is en heeft het vertrouwen hiervoor vanuit haar kennis en ervaring uit de leefwereld. De ‘normen’ uit de systeemwereld, een zo hoog mogelijk tarief te verwerven, kunnen spanning en druk geven op het objectief stellen van een indicatie in de leefwereld.
Vanaf 2019 (?) komt er een nieuw bekostigingsmodel voor de wijkverpleging waarin professioneel handelen van de wijkverpleegkundige voorop staat. Daarbij wordt uitgegaan van zorgprofielen van patiënten met patiëntkenmerken die van invloed zijn op het zorggebruik. De aparte prestatie ‘wijkgericht werken’ zal komen te vervallen. Van iedere wijkverpleegkundige mogen we verwachten dat ze schakelt met het sociaal domein als dat voor de cliënt die zij bedient nodig wordt geacht. Daarbij kan het ook gaan om mensen die nog geen directe zorgvraag hebben.
Het is nog onduidelijk of en hoe deze uren betaald gaan worden. Ook is er nog geen duidelijkheid over de wijze waarop doelmatigheid onderdeel gaat uitmaken van het nieuwe bekostigingsmodel. Transparantie en autonomie van de wijkverpleegkundige zijn in het ontwerp van de nieuwe bekostiging belangrijk om mee te nemen.
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone